Informatie over hoogbegaafdheid

De Stichting Hoogbegaafd Zeeuws-Vlaanderen biedt informatie aan die gaat over hoogbegaafdheid. 


 

paper-623167_1920

Vroegsignalering is belangrijk.

ELLENDIG en MOE
Rick van 3,5 ging elke dag op het kinderdagverblijf langdurig op de deurmat liggen. Hij voelde zich ellendig, hoewel onderzoek uit wees dat hij kerngezond was. Uit een IQ-test bleek dat Rick een extreem slim jongetje was. Ook op sociaal gebied bleek hij een voorsprong te hebben en zijn interesses bleken beter te passen bij oudere kinderen. Daardoor wees alles erop dat een vervroegde start van Rick op de basisschool goed kans van slagen had. Daar heeft hij nu gelukkig ontwikkelingsgelijken om zich heen. Voor Rick was dit de aanpassing die hij nodig had.
Bron: Vakblad Vroeg (juni) nr.2

Vroeg signaleren van hoogbegaafdheid biedt de beste kans op een gezonde ontwikkeling, een goede start en een positief zelfbeeld. Voor de peuterspeelzaal, het kinderdagverblijf en de school betekent dit dat men beter leert inspelen op de behoeftes van het kind en het voorkomen van problemen. Uiteraard moet je iedere situatie per kind bekijken. Soms is verbreden en verdiepen bij leeftijdsgenoten beter dan versnellen. Overigens is verrijken in alle gevallen in meer of mindere mate nodig. Zeker om te voorkomen dat het kind gaat onderpresteren zowel op cognitief- en/of sociaal emotioneel gebied.


In de praktijk hebben ook veel andere kinderen baat bij de gunstige omgeving die ontstaat als er meer uitdaging wordt geboden en als snelle kinderen lekker in hun vel zitten. Het hele groepsproces gaat er op vooruit.

Onderpresteren

Binnen het Nederlandse onderwijs zijn er ongeveer 48.000 kinderen die hoogbegaafd zijn. Veel kinderen gaan onderpresteren.
Onderpresteren wil zeggen dat de prestaties (veel) lager liggen dan op grond van de capaciteiten van de leerling verwacht wordt. ... Onderpresteren komt dus niet alleen bij hoogbegaafden voor. Bij hoogbegaafde leerlingen is de kans op onderpresteren wel groter, wat omdat zij zich vaak moeten afstellen op een lager niveau.
 Een kind kan op alle terreinen onderpresteren, zowel op school als thuis. Maar het kan ook voorkomen dat een kind alleen op school onder presteert. Het kind leest dan thuis moeilijke woorden, terwijl het op school nog spellend leest. Als leerkracht is het belangrijk om dit te realiseren, want ouders van deze kinderen krijgen vaak weinig begrip op school. De school ziet de noodzaak dan niet om wat extra uitdaging voor de leerling te regelen, omdat het kind in de klas ander gedrag vertoont dan thuis.
oorzaken van onderpresteren kunnen zijn:

  • Een gebrek aan uitdaging, bijvoorbeeld als een leerling lange tijd onder zijn niveau werkt en geen faalervaringen heeft. Dit zorgt voor verveling.
  • Een gebrek aan motivatie. Dit kan het gevolg zijn van te weinig uitdaging in de taken, maar het kan ook aan de leerling zelf of aan de thuisomgeving liggen. Vaak is er sprake van een combinatie.
  • Aanpassingsgedrag. Als een leerling niet wil opvallen tussen zijn leeftijdsgenoten, dan kan onderpresteren als verdedigingsmechanisme ingezet worden, om geen uitzondering te zijn en geaccepteerd te worden door de groep. Ze willen geen jaloezie en proberen daarom onzichtbaar te zijn.
  • Een slechte leer/werkstrategie.
  • Emotionele problemen.

Kuipers (2009)4 noemt de volgende schoolfactoren die een oorzaak kunnen zijn van onderpresteren:

  • Een ontoereikende wijze van signalering.
  • Een ontoereikend leeraanbod.
  • Te weinig ruimte voor creatief denken.
  • Te weinig aandacht voor metacognitieve vaardigheden.
  • Ontoereikende pedagogisch didactische kwaliteiten van de leerkracht.

Gevolgen

Vaak krijgen onderpresteerders een verkeerd of negatief zelfbeeld. Het kind ervaart dat het niet aan de verwachtingen voldoet. Hij voelt zich een "loser", omdat hij anderen teleurstelt. Ouders, kind en school moeten een actieve rol spelen om dit zelfbeeld te verbeteren. Onderpresteerders kunnen depressief, perfectionistisch of faalangstig worden. Sommigen ontwikkelen angsten en krijgen buikklachten. Ze kunnen in een sociaal isolement terechtkomen.

De basis voor de oplossing is een goede relatie met de leerling en je kind. Onderpresteerders hebben begeleiding nodig om te leren leren. Verder moet de volwassene ervoor zorgen dat de leerling, het kind merkt:

  • Dat hij/zij er net zo goed mag zijn. Dat het de leerkracht en ouder veel kan schelen wat hij/zij doet en hoe.
  • Dat er andere kinderen zijn met wie hij/zij de competentie kan delen en meten.
  • Dat de eigen activiteit aansluit bij wat het kind nog wil en moet leren.

Bron: https://wij-leren.nl/artikel-onderpresteren

Executieve functies

Executieve functies… wat zijn dat precies?

Het zijn de functies in je brein die het mogelijk maken dat je rationele beslissingen neemt, impulsen beheerst en kunt focussen op wat belangrijk is.
Deze functies zijn aansturend en controleren je hele doen en laten. Ze beïnvloeden je gedrag en je leren. De aansturing gebeurt grotendeels onbewust maar ze bepalen wel in hoge mate je schoolsucces. Misschien wel meer dan je intelligentie. Dit laatste komt doordat executieve functies helpen met vertonen van doelgericht gedrag.

  • Respons-inhibitie: nadenken voordat je iets doet.
  • Werkgeheugen: informatie in je geheugen houden bij het uitvoeren van complexe taken.
  • Emotieregulatie: emoties reguleren om doelen te behalen of gedrag te controleren.
  • Volgehouden aandacht: aandachtig blijven, ondanks afleiding.
  • Taakinitiatie: op tijd en efficiënt aan een taak beginnen.
  • Planning/prioritering: een plan maken en beslissen wat belangrijk is.
  • Organisatie: informatie en materialen ordenen.
  • Timemanagement: tijd inschatten, verdelen en deadlines halen.
  • Doelgericht gedrag: doelen formuleren en realiseren zonder je te laten afschrikken.
  • Flexibiliteit: flexibel omgaan met veranderingen en tegenslag.
  • Metacognitie: een stapje terug doen om jezelf en de situatie te overzien en te evalueren.

Profielen van hoogbegaafden

Voor hoogbegaafde kinderen hebben Betts & Neihart (1988 & 2010) zes verschillende profielen van hoogbegaafde leerlingen opgesteld. Deze indeling is gebaseerd op jarenlange praktijkervaring in begeleiding van hoogbegaafde leerlingen in het onderwijs. Zij komen tot zes typische profielen.


De zelfsturende autonome leerlingzelfsturende autonome

Deze leerling is makkelijk herkenbaar binnen de klasgroep. Het is als het ware de ‘good college schoolboy’. Hij is de ideale leerling in de klas. Hij haalt goede punten, gaat op zoek naar meer uitdagingen, durft te falen en wil steeds meer leren. Hij is ook de leerling die op een gedegen wijze zijn mening zal verkondigen en hierbij zichzelf niet zal verloochenen. Hij wordt ook graag gezien door zijn medeleerlingen enwordt spontaan voorgedragen voor leerlingenraden. Ook buiten de school zet dit kind zich in en is hij graag gezien.


De uitdagende leerlinguitdagende creatieve

Deze leerling staat zeer sterk in zijn schoenen. Hij is nieuwsgierig en komt op voor zijn eigen mening. Hierbij vergeet hij soms dat je niet alles op een directe en ongecontroleerde manier kan zeggen. Het is ook het kind dat niet kan blijven stilzitten, snel afgeleid is, op regelmatige basis niet in orde is met zijn taken, … Hij lijkt als het ware geen controle te hebben over zijn eigen handelen. Binnen een klasgroep vormt deze leerling dan ook een ware uitdaging voor de zenuwen van de leerkracht.


De aangepaste succesvolle leerlingaangepaste succesvolle

Deze leerling lijkt ook een ideale leerling in de klas te zijn. Hij zet zich steeds in voor de klas, haalt goede punten, werkt nauwgezet en is graag gezien door de klasgenoten. Ondanks dit positieve verhaal, schuilt in dit kind een potentiële onderpresteerder. Het kind is zo gefocust op prestaties en externe motivatie dat het zijn eigenheid uit het oog verliest. Het kind past zich aan aan de verwachtingen van zijn omgeving, heeft schrik om anderen te ontgoochelen en legt zich een hoge sociale druk op. Faalangst en onderpresteren zijn twee gevaren die om de hoek loeren.


De dubbel bijzondere leerlingdubbel bijzondere

Deze leerling heeft een zwaardere rugzak dan de anderen. Naast hoogbegaafdheid treffen we een stoornis aan. Dit kan gaan om een leerstoornis (o.a. dyslexie, dyscalculie), een ontwikkelingsstoornis (o.a. ASS, ADHD) of een beperking (o.a. motorisch, visueel). Deze leerling ondervindt dan ook vaak extra problemen op school, aangezien hij zijn potentieel niet volkomen kan benutten omwille van zijn stoornis. Zo zal een leerling met dyslexie niet makkelijk iets gaan opzoeken op internet, hoewel dit een grote bron van informatie voor hem zou kunnen zijn. Voor de leerkracht is het soms moeilijk om in deze leerling zijn volledige potentieel te zien omdat hij niet juist kan lezen of schrijven. Bij dit kind gluurt de frustratie dan ook constant om de hoek.


De onderduikende leerlingonderduikende

Tijdens de oudercontacten van deze leerling lijken ouders en leerkracht het elk over een ander kind te hebben. De leerkracht ziet een modale leerling, soms zelfs aan de zwakke kant. De ouders ervaren  hun kind vaak als leergierig en nieuwsgierig. Deze leerling slaagt er in heel lang onder de radar te blijven omdat het zich extreem aanpast aan zijn omgeving. Het enige doel dat deze leerling heeft is ‘niet opvallen’. Vaak heeft dit kind dan ook geen eigen mening, doel of visie waar hij voor uit komt. Dit merk je ook in zijn vriendschapsrelaties. Hij hopt van het ene groepje naar het andere.


De risicoleerlingrisicoleerling

Deze leerling toont geen enkele interesse in school. Hij zet zich tegen iedereen af, bekritiseert iedereen en gaat zich vaak een andere identiteit aanmeten. Deze vertoont geen aanknopingspunt met zijn cognitief potentieel. Hij studeert niet, levert taken niet in, …. In het middelbaar onderwijs is hij het eerste slachtoffer van het watervalsysteem. Het is een zeer gekwetste leerling met heel wat faalangst die een groot schild van onverschilligheid tracht op te zetten.

 

Onderzoek naar welk type en vervolgens hulp bieden

Betts & Neihart hebben niet alleen aangegeven welk gedrag kenmerkend is voor de betreffende categorie, maar ook welke begeleiding vanuit school wenselijk zou zijn.

Bron: https://www.jongbegaafd.nl/zes-typen-hoogbegaafden/

Waarom gezinsoverleg?

Waarom is het houden van gezinsoverleg een van de meest waardevolle dingen die je als gezin kunt doen?

Gezinsoverleg biedt een gelegenheid om kinderen waardevolle sociale en andere vaardigheden te leren voor een goed karakter. Ze leren:

  • Luistervaardigheden
  • Brainstormvaardigheden
  • Vaardigheden om problemen op te lossen
  • Wederzijds respect
  • Het belang inzien van eerst afkoelen voordat je een probleem oplost. (Problemen worden op de bladzijde van wekelijkse uitdagingen geplaatst waardoor een afkoelperiode ontstaat voordat je je op oplossingen richt.)
  • De zorg voor anderen
  • Samenwerken
  • Verantwoordelijkheid in een veilige omgeving. (Mensen vinden fouten toegeven niet erg als ze weten dat ze worden geholpen bij het vinden van oplossingen, in plaats van schuld, schaamte of pijn te ervaren.)
  • Hoe je oplossingen kunt vinden die respectvol zijn voor alle betrokkenen
  • Een gevoel van erbij horen en van betekenis
  • Sociale interesse
  • Dat fouten goede gelegenheden zijn om van te leren

Gezinsoverleg geeft ouders de gelegenheid om:

  • Machtsstrijd te vermijden door de leiding op een respectvolle manier te delen
  • Te vermijden alles voor hen te regelen, zodat kinderen zelfdiscipline leren
  • Te luisteren op een manier die kinderen uitnodigt om ook te luisteren
  • De verantwoordelijkheid op een respectvolle manier te delen
  • Goede herinneringen te scheppen door deze gezinstraditie
  • De vaardigheden voor te leven die ze willen dat hun kinderen leren
  • Dit kan de meest waardevolle tool worden binnen je gezin.
  • Zorg ervoor dat je wekelijks 15 tot 30 minuten vrij maakt voor gezinsoverleg.

Op de agenda voor het Gezinsoverleg kunnen behalve problemen ook staan:

  • Speciale gebeurtenissen
  • Kalender: Wekelijkse verplichtingen, zoals evenementen, wie een lift nodig heeft enz.
  • Het plannen van een gezinssamenzijn

Complimenten Ieder onderdeel van de agenda is belangrijk. Begin met complimenten om de  volgende redenen:

  • Complimenten dragen bij aan een goede sfeer
  • Kinderen leren het goede te zien als ze er op gaan letten en dit te verwoorden naar hun gezinsleden.
  • Kinderen maken over het algemeen minder ruzie als ze deelnemen aan regelmatig gezinsoverleg dat begint met complimentjes.
  • Onthoud dat complimentjes in het begin onhandig kunnen klinken. Door oefening gaat dat steeds beter.

Je creëert een positieve sfeer in je gezin als iedereen het goede leert te zien bij elkaar en dit leert te verwoorden. Verwacht geen perfectie. Een beetje kibbelen is normaal tussen broers en zussen. Maar als kinderen (en ouders) leren om complimenten te geven en te ontvangen, zal dat de spanning aanzienlijk verminderen. Natuurlijk verbetert de sfeer sowieso wanneer een gezin regelmatig gezinsoverleg houdt om samen oplossingen te zoeken voor hun problemen.

Taken bij het gezinsoverleg

Rapporteur: iemand schrijft alle ideeën op die zijn bedacht. Het is heel leuk om later naar deze ideeën te kijken – net zo leuk als kijken naar de gezinsfoto’s. Omcirkel de oplossing die door ieder wordt gesteund. Overeenstemming is belangrijk bij gezinsoverleg. Als je geen consensus kunt bereiken, stel het dan uit en probeer het de volgende keer nog eens.

Voorzitter: Rouleer deze taak zodat iedereen een kans heeft om voorzitter te zijn. De voorzitter roept de vergadering tot de orde, begint met het rondje complimenten, en behandelt de agenda door het volgende agendapunt aan te kondigen.

Iemand die de tijd in de gaten houdt: deze tijdwaarnemer houdt iedereen op het spoor zodat het overleg niet te lang doorgaat en saai wordt.

​​​​​​​

10 Stappen voor Effectief Gezinsoverleg

  1. Introductie: “We lezen deze stappen tot we ze allemaal kennen. Wie wil beginnen met stap 2?” (Als kinderen oud genoeg zijn, kunnen ze om de beurt de stappen lezen)
  2. Complimenten en waardering: “Ieder van ons deelt iets dat we waarderen aan ieder ander lid van het gezin. Ik zal beginnen. Ik wil graag een compliment geven aan .... omdat/voor .....” (Geef iedereen een compliment, en laat de anderen hetzelfde doen, wil iemand niet maak er geen probleem van zeg: Dan kun je dat een volgende keer doen.)
  3. Agenda voor het Gezinsoverleg: “De agenda wordt op de koelkast gehangen zodat iedereen er tijdens de week problemen op kan schrijven.” Of je maakt een leuk schrift dat je ergens op een vaste plek legt.
  4. De Praatstok: “Deze gaat rond zodat iedereen onthoudt dat er maar één tegelijk kan praten, en dat iedereen aan de beurt komt.” 
  5. Brainstormen: “Brainstormen betekent zoveel mogelijk oplossingen bedenken als we kunnen. Tijdens brainstormen zijn alle ideeën goed zonder discussie. (Zelfs grappige en gekke ideeën.) Tijdens de volgende stap kunnen we plezier maken terwijl we allerlei ideeën bedenken.”
  6. Gericht zijn op oplossingen: “Laten we oefenen met het probleem op de agenda (heb je er nog geen neem dan: afwas op het aanrecht laten staan). Wie wil onze schrijver zijn en alle voorstellen opschrijven?” (Als je kinderen nog niet oud genoeg zijn, kan jij het doen.)
  7. Moedig kinderen aan om eerst te gaan: “Wie wil er beginnen met een paar wilde en gekke ideeën?” (Als niemand iets zegt, kan het nodig zijn om te zeggen: “Wat denk je van de vuile afwas in de vuilnisbak gooien, of dat iedereen een dag van de week de afwas in de afwasmachine doet?” Maar sta eerst wat stilte toe.) Als iemand bezwaar maakt tegen bepaalde ideeën, zeg je: “Nu zijn we alleen aan het brainstormen voor oplossingen. We schrijven alle ideeën op.”
  8. Gebruik de Vier voorwaarden voor het toepassen van oplossingen: 1 Betrekking hebben op. 2 Respectvol zijn. 3 Redelijk zijn (voor alle partijen). 4 Effectief zijn. “Wie ziet er een oplossing die we moeten verwijderen omdat die geen betrekking heeft, of respectvol, redelijk of effectief is? Onze schrijver kan hem doorstrepen als we besproken hebben waarom.”
  9. De oplossing kiezen: “Willen we het bij één oplossing houden of proberen we er meer die over zijn gebleven? We kunnen bij het volgende overleg over een week bespreken hoe de oplossing of oplossingen hebben gewerkt.” 
  10. Leuke activiteit: “Om de beurt kiezen we iets leuks voor aan het einde van het gezinsoverleg. Voor vanavond heb ik gekozen voor Woorden Raden (pantomime). Wie wil een leuke activiteit voor de volgende keer bedenken?”

Tips voor succesvol Gezinsoverleg: DO’

  1. Onthoud het lange termijndoel van gezinsoverleg: Het leren van waardevolle vaardigheden voor het leven.
  2. Laat alle gezinsleden aan tafel zitten (niet tijdens het eten) of op een andere comfortabele plaats waar ze elkaar kunnen zien.
  3. Hang een agenda op waar gezinsleden hun zorgen en problemen kunnen opschrijven.
  4. Begin met complimenten om de toon te zetten door positieve dingen te zeggen over elkaar.
  5. Wees gericht op oplossingen, niet op schuld.
  6. Leer kinderen brainstormen. Brainstormen betekent dat we alle mogelijke oplossingen bedenken om deze uitdaging op te lossen. Het is in orde om plezier te maken en wilde en gekke ideeën voor te stellen. We schrijven ieder voorstel op zonder discussie. Als we klaar zijn met brainstormen kiezen we er één waar we het allemaal mee eens kunnen zijn omdat het praktisch en respectvol is voor iedereen.
  7. Maak plezier. Sommige voorstellen kunnen dwaas of buitensporig zijn.
  8. Kies één voorstel (door consensus) dat praktisch en respectvol is voor iedereen en probeer het uit voor een week. (Of, als meerdere voorstellen kunnen werken, laat dan ieder persoon kiezen welke hij of zij zou willen toepassen.)
  9. Als consensus niet bereikt kan worden (en het praktisch is om maar één voorstel te gebruiken), zet dat onderwerp dan voor verdere discussie op de agenda voor volgende week.
  10. Zet een leuke activiteit voor later in de week op de agenda – en alle sport- en andere activiteiten (inclusief een schema wie er wanneer en waarheen moet rijden).
  11. Houd gezinsoverleg kort, 10 tot 30 minuten, afhankelijk van de leeftijd van de kinderen.
  12. FOUTEN ZIJN GEWELDIGE GELEGENHEDEN OM VAN TE LEREN.


Waarschuwingen: DON’Ts

  1. VERMIJD het om gezinsoverleg te gebruiken als een platform voor preken en ouderlijke controle.
  2. Verwacht GEEN perfectie. Vier verbetering.
  3. HET AANLEREN VAN VAARDIGHEDEN KOST TIJD. Je verwacht ook niet dat je kinderen in een dag, een week of een maand, leren lezen. Gezinsleden hebben tijd nodig om samenwerking en probleemoplossende vermogens te leren. Zelfs oplossingen die niet werken bieden een gelegenheid om van te leren en opnieuw te proberen om gericht te zijn op respectvolle oplossingen.
  4. BEGRIP HEBBEN VAN WAAR ZE QUA ONTWIKKELING AAN TOE ZIJN. Kinderen onder de vier kunnen qua ontwikkeling er nog niet aan toe zijn om deel te nemen aan het gezinsoverleg, maar kunnen het fijn vinden iets rustigs te doen zoals tekenen. Als jonge kinderen te veel afleiden, wacht dan totdat ze slapen.
  5. VERMIJD HET OM HET REGELMATIGE, WEKELIJKSE GEZINSOVERLEG OVER TE SLAAN.

Maak het de belangrijkste afspraak in je agenda.

Bron: Positieve Discipline Nederland

We gebruiken cookies om uw ervaring te verbeteren.
Instellingen
Cookies
×
Cookies!

We gebruiken cookies om uw ervaring te verbeteren.